. .








Jozua 3 : 10-13
10 Hieraan zult gijlieden bekennen, dat de levende God in het midden van u is, en dat Hij ganselijk voor uw aangezicht uitdrijven zal de Kanaanieten, en de Hethieten, en de Hevieten, en de Ferezieten, en de Girgazieten, en de Amorieten en de
Jebusieten.
11 Ziet, de ark des verbonds van den Heere der ganse aarde gaat door voor ulieder aangezicht in de Jordaan.
12 Nu dan, neemt gijlieden u twaalf mannen uit de stammen Israels, uit iederen stam een man;
13 Want het zal geschieden, met dat de voetzolen der priesteren, die de ark van den HEERE, den Heere der ganse aarde, dragen, in het water van de Jordaan zullen rusten, zo zullen de wateren van de Jordaan afgesneden worden, te weten de wateren, die van boven afvlieten, en zij zullen op een hoop blijven staan.

Pagina: 1 - 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | > Volgende


Geloof, overwinning en strijd

Gelovend door de Jordaan
Aan deze bijbelstudie ligt het verhaal van Jozua en de intocht in het land Kanaän ten grondslag. Het begint in Jouza 3 waar God een pad baant door de Jordaan, waardoor Zijn volk kan en mag ingaan in het 'beloofde land'. Jozua herhaalt Gods belofte dat Hij de vijand voor hen zal verslaan. De ark des verbonds zal voor hen uitgaan. Er zal een pad gebaand worden door diepe wateren.

God baant een pad.
Zo heeft Hij ook voor ons een pad gebaand.
Hij gaf zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, om voor ons het pad te banen door de Jordaan, opdat wij het 'beloofde land' kunnen en mogen binnengaan.

Het pad is gebaand. 'Het is volbracht' riep Jezus.
Nu is het wachten op ons!
Wij moeten achter de ark des verbonds aan.
Durven wij die stap te zetten? De Jordaan in?
Zijn we er klaar voor?
Geloven we in Hem, die het pad gebaandt heeft?
Of zijn we angstig voor die muur van water die dreigt?

David kende in zijn leven ook van die momenten, maar hij geloofde in God als zijn beschermer en vertrooster! Hij durft die stap te zetten als hij zegt in Psalm 23 : 4:

'Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.'

In engelse vertalingen staat het iets anders: Al wandelde ik door het dal van de schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen.

David gelooft in God. Hij bemoedigt zichzelf, maar bovenal verheerlijkt hij God ermee.
Danken in geloof voor nog niet genoten weldaden.
Jezelf zo volledig overgeven aan en geloven in God is balsem voor de ziel.

David zegt: 'Al wandelde ik door het dal.'
Dat houdt in: Ik blijf er niet in. Ik ga er doorheen! Maar ik kom er ook weer uit!
Het is maar een doortocht!

En dan die duisternis. De duisternis wordt veroorzaakt door de 'schaduw' van de dood. Let op, het is niet de dood zelf die het zo moeilijk maakt! Het is slechts de schaduw daarvan!
De troost die daarin ligt opgesloten is deze: Wanneer wij door dat dal heengaan en aan de andere zijde weer omhoog klimmen, dan zullen we geen last meer hebben van die schaduw, maar we zullen volop mogen en kunnen genieten van de stralende Zon!

De doortocht via het door God gebaande pad door de Jordaan en de wandeling door 'het dal van diepe duisternis' is alleen begaanbaar wanneer u zegt: Ja Heere Jezus, ik geloof U op Uw Woord! Ik geloof dat U gekomen bent om de zonde der wereld weg te nemen!
Ik geloof dat U ook mijn zonde hebt weggenomen!
Dank U Heere Jezus voor die onuitsprekelijke gave, ook voor mij!


Pagina: 1
- 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | > Volgende

www.bekering.nl