. .





Jozua 10 : 15
15 Toen keerde Jozua weder, en gans Israel met hem, naar het leger te Gilgal.


















Jozua 10 : 3-6
3 Daarom zond
Adoni-Zedek, koning van Jeruzalem, tot Hoham, den koning van Hebron, en tot Pir-am, den koning van Jarmuth, en tot Jafia, den koning van Lachis, en tot Debir, den koning van Eglon, zeggende:

4 Komt op tot mij, en helpt mij, dat wij Gibeon slaan; omdat zij vrede gemaakt heeft met Jozua en met de kinderen Israels.
5 Toen werden verzameld en kwamen op, vijf koningen der Amorieten,
de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron,
de koning van Jarmuth, de koning van Lachis,
de koning van Eglon,
zij en al hun legers;
en zij belegerden Gibeon,
en krijgden tegen haar.

6 De mannen nu van Gibeon zonden tot Jozua, in het leger van Gilgal, zeggende: Trek uw handen niet af van uw knechten, kom haastelijk tot ons op, en verlos ons, en help ons; want al de koningen der Amorieten, die op het gebergte wonen, hebben zich tegen ons vergaderd.


Pagina: 5 - < Vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | > Volgende


De rust in Gilgal
Na Gibeon is Jozua niet verder door getrokken maar is hij met het volk teruggegaan naar de vlakte bij Gilgal.
Ook verderop in Jozua 10 : 15 lezen we dat Jozua, na de strijd met de vijf koningen der Amorieten, met gans Israël terugtrok naar het leger te Gilgal.

Kanaän wordt niet in één keer veroverd.
De Heere had dan ook gezegd in Exodus 23 : 30:
'Ik zal hen (de vijanden) allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.'

Als we de parallel verder doortrekken dan treft het ons dat, ook in het leven van Gods kinderen, strijd en zegepraal elkaar afwisselen evenals moeite en rust. Maar ook dat, zoals in het aangehaalde vers uit Exodus staat, niet alles tegelijk kan maar dat er groei moet zijn! En ook dat we, pas wanneer we volgroeid zullen zijn, de erfenis volledig zullen verkrijgen!
Kanaän is op dat moment wel groot genoeg voor Israël, maar Israël is nog niet groot genoeg voor Kanaän.
We moeten groeien in kennis en genade van de Heere Jezus Christus!

Opnieuw strijd
We komen nu bij de vijf koningen.
De initiatiefnemer is Adoni-Zedek.
Hij is koning van Jebus, een Amoritische stad.
Adoni-Zedek betekent:`heer der gerechtigheid'.
Over de Amorieten lezen we voor het eerst in Genesis 15:16.
Daar lezen we de belofte van God aan Abraham dat zijn nakomelingen, met name het vierde geslacht, terug zullen keren naar het beloofde land en dan zegt God daarbij: 'Want de ongerechtigheid der Amorieten is tot nog toe niet volkomen'.
Hieruit kunnen we dus opmaken dat de naam 'heer der gerechtigheid' beslist niet toekwam aan Adoni-Zedek.
We zouden hem beter kunnen noemen 'heer der ongerechtigheid' of 'heer der eigengerechtigheid'.

Adoni-Zedek mobiliseert de andere koningen. Hij is de aanvoerder. De belangrijkste vijand.
Nee, niet om Jozua aan te vallen, maar Gibeon waarmee Jozua een verbond had gesloten.
De vijanden van Jezus verenigen zich om het Volk van God aan te vallen.
Satan is de aanvoerder van de vijanden van Gods Kinderen en daarmee dus ook van God.
Vijanden, die het niet na zullen laten om ons aan te vallen, juist ook in onze bezigheden in de dienst aan God.
En hij vindt maar al te gemakkelijk bondgenoten! Ja juist ook in ons hart!

Ik moet je bekennen dat deze vijanden, ja zelfs ook in de dienst van God, mij aanvallen.
Eigen eer zoeken (eigengerechtigheid) is de bondgenoot van satan die mij zelden loslaat.

De inwoners van Gibeon zijn waakzaam en zenden boden om hulp naar Jozua.
En niet tevergeefs.
Jozua komt op voor hen die met hem een verbond hebben, zoals ook Jezus voor ons opkomt.
Wat een troost!
Ook wij, als we in nood zijn en de vijand ons dreigt ten onder te brengen, zullen nooit tevergeefs een beroep doen op 'meer dan Jozua' ofwel op Jezus.


Pagina: 5 - < Vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | > Volgende

www.bekering.nl