. .




Romeinen 8 : 28-34
28 En wij weten, dat dengenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen, die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
29 Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
30 En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
32 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt.
34 Wie is het, die verdoemt? Christus is het, Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.


Pagina: 7 - < Vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7


Maar in Richteren 1 : 21 lezen we:
...de kinderen van Benjamin hebben de Jebusieten die te Jeruzalem wonen niet verdreven tot op dezen dag.

Jebus is Jeruzalem geworden, maar de ondergeschikten van de 'heer der ongerechtigheid' zijn nog altijd aanwezig.
De heidense stad, ofwel ons eigen hart, is de stad van de Allerhoogste geworden.
Maar al is hun koning verslagen, toch leeft de ongerechtigheid, de eigengerechtigheid, of nog anders gezegd de ik gerichtheid voort in Jeruzalem, ofwel in mijn hart.
De strijd met de zonde gaat door.
Jezus gaat vooraan in die strijd en in die strijd moeten wij Hem volgen.

Eén van de andere vijanden die voortleeft, een bondgenoot van de eigengerechtigheid, is de twijfel of, anders gezegd, ongeloof. Want waar men denkt alleen zelf te kunnen en/of te moeten daar is twijfel aan Gods trouw.
Wie zelf zijn zorgen en problemen, ja ook die van alle dag, denkt op te kunnen lossen, om vervolgens te bemerken dat het niet lukt, roept ten einde raad uit:


Ik zie het niet meer zitten!


Daar zet hij 'IK' voorop.
En waar 'IK' voorop of centraal staat, daar is voor Jezus geen plaats.
'Ik zie het niet meer zitten'. 'IK en ongeloof'!
Daar is alles zwart.
Daar blijft de dood over.
Dan kom je er achter dat het waar is:
Buiten Jezus is geen leven!

Wie in plaats daarvan aan Jozua om hulp vraagt, ofwel naar Jezus gaat, die ZAL gered worden.
Daar is hulp in alle moeite en zorg.
Daar is wel strijd, maar de overwinning is zeker. Paulus zegt daarover in Romeinen 8: 31:

'Wat zullen wij tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?'


Dan kan je zingen:

Hoopt op den HEER, gij vromen;
Is Israël in nood,
Er zal verlossing komen;
Zijn goedheid is zeer groot.
Hij maakt, op hun gebeden,
Gans Israël eens vrij
Van ONGERECHTIGHEDEN; (Eigengerechtigheden)
Zo doe Hij ook aan mij.


Pagina: 7
- < Vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7

www.bekering.nl