. .




Lukas 15: 11-13
11 En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen.
12 En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.
13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk.







Pag.4 - < | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |> Volgende


De gelijkenis van de verloren zoon.
Nu de derde gelijkenis. Het langste verhaal.
Het is alsof Jezus tegen ons wil zeggen: De gelijkenis van het verloren schaap en van de verloren penning zijn heel belangrijk! Maar denk eraan mensen, veel meer aandacht is nodig voor de derde gelijkenis uit dit hoofdstuk!
Kijk maar naar de lengte van de gelijkenissen: ‘het schaap’ - 4 verzen en ‘de penning’ - 3 verzen. Maar dan de gelijkenis van ‘de verloren zoon’ - 22 verzen! Het werk van de Zoon en van de Heilige Geest is heel belangrijk! Daarom staan die gelijkenissen in dit hoofdstuk ook als eersten! Zonder het werk van de Heere Jezus en van de Heilige Geest zou er geen gelijkenis van de verloren zoon zijn! Nee, het werk van de Zoon en van de Heilige Geest is onmisbaar. Maar Jezus laat hier zien dat we over het werk aan Gods kant ons geen zorgen hoeven te maken! Het werk van de Zoon is volbracht! En het werk van de Heilige Geest gaat door tot aan de laatste penning!
Maar nu vraagt Jezus onze uitgebreide aandacht voor de keus die verloren zondaren, de keus die jij en ik moeten maken!
Nu komt in deze derde gelijkenis de oproep:

Bekeert u, Bekeert u!

Eén verloren zoon. Weet je nog, eerst 100 schapen, toen 10 penningen en nu 1 verloren zoon (of dochter).

  • Het wordt nu heel persoonlijk!
  • Het gaat nu alleen om jou!

Wie is de vader?
Als we het in de eerste gelijkenis hadden over de Goede Herder als de Heere Jezus Christus en in de tweede over de vrouw als de Heilige Geest, dan zal het u duidelijk zijn dat het hier gaat over God de Vader!

En wie zijn de zonen?
Hier krijgen we twee keer een beeld van jou en van mij!

D
e jongste zoon vraagt het deel dat hem toekomt.
Dat is toch het ergste wat je doen kan, en dat zeker in de tijd toen de Heere Jezus op aarde was. Het hoofd van de familie verdiendt respect tot zijn dood en pas daarna kon een zoon spreken van ‘mijn deel’! Dan pas werd hij hoofd van zijn familie!

Zo niet deze jongste zoon. Hij wil vrij zijn, eigen baas, geen regels. Hij verlangt naar een situatie waarin zijn vader dood is. Hij verlangt en krijgt zijn erfdeel en hij verlaat het huis van zijn vader. De oudste zoon blijft wel bij zijn vader. De vader dwingt zijn jongste zoon niet om in het gareel te lopen. De jongste zoon heeft een eigen wil en een vrije keus!

De jongste zoon, de verloren zoon. De bekendste. Hij kwam in opstand tegen zijn vader en is naar een ver gelegen land gereisd. Wij zouden kunnen zeggen: Hij heeft het huis van God verlaten en is ver van huis! Ver van de plek, waar de Vader zijn liefde betoont aan zijn kinderen. De zoon leeft naar eigen goeddunken in zonde en bant de gedachten aan thuis uit. Denkt niet aan zijn vader. Drukt de herinnering aan alles van zijn vader weg, ver weg. Hij probeert het uit zijn geheugen te bannen!

Herken je jezelf hierin?
Ga je elke zondag trouw naar de kerk? Je zou dan kunnen zeggen: niet ver van huis! We kennen het gezegde: Als je dit of dat doet: Dan ben je ver van huis! Gebeuren er dingen in jouw leven, die je voor ‘thuis’ liever niet wilt weten? In mijn jonge jaren hoorde ik preken die, bijna uitsluitend, over het ‘geestelijk leven’ van een mens gingen! Zo zelfs dat er bij mij een scheiding kwam tussen het 'geestelijke leven' en het 'dagelijkse leven'! Herken je dit? Heb jij ook twee levens? Dan kan je eigenlijk zeggen: ik ben maar een paar uur per week thuis! De rest van de week ben ik niet thuis! Dan ben ik ver van huis!


Pag.4
- < | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 |> Volgende

www.bekering.nl